Naar inhoud springen

centrale

Uit WikiWoordenboek
  • cen·tra·le
enkelvoud meervoud
naamwoord centrale centrales
verkleinwoord centraletje centraletjes

decentralev/m

  1. centraal punt in een stervormig netwerk met de belangrijkste functies b.v. een telefooncentrale

centrale

  1. verbogen vorm van de stellende trap van centraal
     Alleen al door het lezen van de advertentie komt mijn centrale zenuwstelsel tot rust.[3]
     Wanneer twee van die stelsels met elkaar botsen en versmelten, verwacht je dat hun centrale zwarte gaten in een trage dans om elkaar heen gaan wentelen.[4]
100 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[5]
  1. centrale op website: Etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  3. Marion Pauw e.a.
    “4 wandelaars en een Siciliaan” (2022), The House of Books, ISBN 9789044363340
  4. “Nieuws uit de kosmos” (2024), Fontaine Uitgevers op Wikipedia, ISBN 9789464043075
  5. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

centrale

  1. vrouwelijk enkelvoud van central