bankgirocentrale

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bank·gi·ro·cen·tra·le
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bankgirocentrale bankgirocentrales
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

bankgirocentrale v / m

  1. (geschiedenis) centrale instelling voor het regelen van betalingen tussen banken en giro's

Gangbaarheid

Meer informatie