carrosserie

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • car·ros·se·rie
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘koetswerk van auto’ voor het eerst aangetroffen in 1914 [1]
  • afgeleid van karos [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord carrosserie carrosserieën
verkleinwoord carrosserietje carrosserietjes

Zelfstandig naamwoord

carrosserie v

  1. koetswerk van een voertuig
Vertalingen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen