brem

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • brem
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘plant’ voor het eerst aangetroffen in 1240 [1]
  • [2] [3] [4]
enkelvoud meervoud
naamwoord brem
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

brem v/m

  1. (plantkunde) Cytisus scoparius op Wikispecies struikvormige plant met opvallende bremgele bloesem
    • In Bretagne komt veel brem voor. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

79 % van de Nederlanders;
82 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen