behaard

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·haard
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen behaard behaarder behaardst
verbogen behaarde behaardere behaardste
partitief behaards behaarders -

Bijvoeglijk naamwoord

behaard

  1. bedekt met haren
    • Hij was een grote, grove vent met behaarde armen en een zware baard. 
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
beharen

behaard

  1. voltooid deelwoord van beharen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.