bourgeois

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bour·geois
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘burger’ voor het eerst aangetroffen in 1451 [1]
  • van het Frans [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord bourgeois bourgeois
verkleinwoord bourgeoistje bourgeoistjes

Zelfstandig naamwoord

bourgeois m [3]

  1. (maatschappij) burgerlijk persoon uit de middenstand, uit de bezittende klasse
  2. (pejoratief) klein, bekrompen burgertje
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen bourgeois meer bourgeois meest bourgeois
verbogen - - -

Niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie als bijvoeglijk naamwoord

Bijvoeglijk naamwoord

bourgeois [4]

  1. (maatschappij) burgerlijk, kleinburgerlijk

Gangbaarheid

87 % van de Nederlanders;
94 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen