Naar inhoud springen

hap

Uit WikiWoordenboek
  • hap
enkelvoud meervoud
naamwoord hap happen
verkleinwoord hapje hapjes

de hapm

  1. (voeding) voedsel of iets anders dat je door het openen en sluiten van je lippen in je mond krijgt
    • Hij pakte een lepel en nam een hap van de soep. 
  2. (informeel), (voeding) voedsel bedoeld om een maaltijd te vormen
    • Zullen we daar een hapje gaan eten? 
     Eindelijk kwamen we doodmoe maar opgelucht in het dal aan. Meteen liep ik naar mijn tent die onder het gewicht van de sneeuw voor de helft bleek te zijn ingestort. Zonder een hap te eten en met mijn kleren nog aan viel ik meteen in slaap.[2]
  3. (voeding), (pejoratief) minderwaardige maaltijd
     Het Duitse reizen staat in het teken van de haast en de productiviteit: zo snel mogelijk van Hamburg naar München in een hard geveerde BMW, met een korte stop voor een vette hap in de Raststätte.[3]
  4. (figuurlijk) deel dat uit een geheel verwijderd wordt
    • De rekening van de dierenarts nam een grote hap uit zijn spaargeld. 
  • beet [1] (bij een beet worden ook de tanden gebruikt)
  • De hele hap
Alles
  • Geen hap door de keel krijgen
Van een maaltijd niets lusten
  • Slappe hap
Niets voorstellend, waardeloos
vervoeging van
happen

hap

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van happen
    • Ik hap. 
  2. gebiedende wijs van happen
    • Hap! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van happen
    • Hap je? 
99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[4]
  1. hap op website: Etymologiebank.nl
  2. Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  3. Bronlink Weblink bron
    Peter Giesen
    “Route Nationale 7, leuker dan de Route du Soleil” (30 juli 2014), de Volkskrant
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be