bezoeken

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·zoe·ken
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van zoeken met het voorvoegsel be-
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
bezoeken
bezocht
bezocht
zwak -cht volledig

Werkwoord

bezoeken

  1. overgankelijk bij iets ofiemand langsgaan of langskomen
  2. overgankelijk, (verouderd) iemand kwellen
    • Hij werd bezocht door zware hoofdpijnen. 
Synoniemen
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

bezoeken mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord bezoek

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.