bezinken

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

naamwoord van handeling
zelfstandig bijvoeglijk
bezinken bezinkend
bezinking bezonken
bezinksel
Uitspraak
Woordafbreking
  • be·zin·ken
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van zinken met het voorvoegsel be-
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
bezinken
bezonk
bezonken
klasse 3 volledig

Werkwoord

bezinken

  1. ergatief het proces waarbij een suspensie geleidelijk uitzakt naar de bodem van het vat onder de werking van de zwaartekracht.
    • Deze oplossing is nu aardig bezonken en helder geworden, maar er ligt wel wat bezinksel op de bodem. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie