bezonken

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·zon·ken
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

vervoeging van
bezinken

bezonken

  1. meervoud verleden tijd van bezinken
    • Wij bezonken. 
    • Jullie bezonken. 
    • Zij bezonken. 
  2. voltooid deelwoord van bezinken

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.