bewust

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·wust
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen bewust bewuster (bewustst) *
verbogen bewuste bewustere (bewustste) *
partitief bewusts bewusters -
3 stellend
onverbogen bewust
verbogen (alleen
predicaat)

Bijvoeglijk naamwoord

bewust

  1. iets waarvan kennis is genomen, iets wat met nadenken gebeurt of juist niet gebeurt, opzettelijk, expres
    Het was een bewuste keuze om niet eerst langs de receptie te gaan.
  2. bewust van op de hoogte met iets, iets beseffend
    De zich van het pas gebeurde ongeluk niet bewuste automobilisten konden maar net een kettingbotsing vermijden.
  3. predicatief met oorzakelijk voorwerp: zich iets bewust zijn op de hoogte zijn met iets
    Hij was zich dat niet bewust.
  4. attributief eerdergenoemd, waarover eerder is gesproken
    Gisteren is mijn mobiele telefoon gestolen. De bewuste diefstal vond plaats in een café.
Opmerkingen
  • Omdat "-stst" moeilijk is uit te spreken en te verstaan kan voor de overtreffende trap beter de omschrijving "meest bewust(e)" worden gebruikt.[3][4]
Antoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandse taal
  3. Omschreven trappen van vergelijking (algemeen) op website: http://taaladvies.net; punt 3.; geraadpleegd 2017-05-21
  4. Haeseryn, W. e.a. "6·4·3·1·ii Omschrijving van de trappen van vergelijking met meer en meest" in: Algemene Nederlandse Spraakkunst (1997) op website E-ANS: ans.ruhosting.nl; punt 4.; geraadpleegd 2017-05-21