doelbewust

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • doel·be·wust
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen doelbewust doelbewuster (doelbewustst) *
verbogen doelbewuste doelbewustere (doelbewustste) *
partitief doelbewusts doelbewusters -

Bijvoeglijk naamwoord

doelbewust

  1. met een duidelijk doel voor ogen, opzettelijk
    • Er was geen sprake van doelbewust handelen. 
    • Pas als je iemand doelbewust dood maakt is er sprake van moord. 
Opmerkingen
  • Omdat "-stst" moeilijk is uit te spreken en te verstaan kan voor de overtreffende trap beter de omschrijving "meest doelbewust(e)" worden gebruikt.[1][2]
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen