opzettelijk

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • op·zet·te·lijk
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van opzet met het achtervoegsel -lijk met het invoegsel -e-
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen opzettelijk opzettelijker opzettelijkst
verbogen opzettelijke opzettelijkere opzettelijkste
partitief opzettelijks opzettelijkers -

Bijvoeglijk naamwoord

opzettelijk

  1. bewust op deze manier
    De leraar maakte een opzettelijke fout op het bord om te kijken of de leerlingen nog wakker waren.

Bijwoord

opzettelijk

  1. bewust op deze manier
    Hij is opzettelijk niet naar zijn werk gegaan.
Vertalingen