betrokken

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·trok·ken
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen betrokken betrokkener betrokkenst
verbogen betrokkenste
partitief betrokkens - -

Bijvoeglijk naamwoord

betrokken

  1. die erbij horen
    • De betrokken ouders werden door de leerkracht ingelicht. 
     Mensen zeggen ”als klimmers niet zouden kunnen doen waar ze zo van houden, zouden ze vanbinnen doodgaan”. Nou sorry hoor, maar er zijn andere mensen betrokken in je leven, helemaal als je een gezin hebt.[1]
  2. er met veel gevoel bij horen
    • De betrokken leraar probeerde het beste uit zijn leerlingen te halen. 
  3. somber, bedroefd
    • De arts gaf het slechte nieuws met een betrokken gelaat. 
Uitdrukkingen en gezegden
  • betrokken zijn bij
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
betrekken

betrokken

  1. meervoud verleden tijd van betrekken
    • Wij betrokken. 
    • Jullie betrokken. 
    • Zij betrokken. 
  2. voltooid deelwoord van betrekken

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be