betrokken

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·trok·ken
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen betrokken betrokkener betrokkenst
verbogen betrokkenste
partitief betrokkens - -

Bijvoeglijk naamwoord

betrokken

  1. die erbij horen
    • De betrokken ouders werden door de leerkracht ingelicht. 
  2. er met veel gevoel bij horen
    • De betrokken leraar probeerde het beste uit zijn leerlingen te halen. 
  3. somber, bedroefd
    • De arts gaf het slechte nieuws met een betrokken gelaat. 
Uitdrukkingen en gezegden
  • betrokken zijn bij
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
betrekken

betrokken

  1. meervoud verleden tijd van betrekken
    • Wij betrokken. 
    • Jullie betrokken. 
    • Zij betrokken. 
  2. voltooid deelwoord van betrekken

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.