bewolkt

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·wolkt
Woordherkomst en -opbouw
  • ww [1], [2], [3]: bewolk met de uitgang -t
  • ww [4], bn: vervoeging van bewolken: de stam met de uitgang -t, zonder ge- vanwege voorvoegsel

Werkwoord

vervoeging van
bewolken

bewolkt

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bewolken
    • Jij bewolkt. 
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bewolken
    • Hij bewolkt. 
  3. (verouderd) gebiedende wijs meervoud van bewolken
    • Bewolkt! 
vervoeging van: bewolken…
verbogen vorm: bewolkte

bewolkt

  1. voltooid deelwoord van bewolken
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen bewolkt bewolkter meest bewolkt
verbogen bewolkte bewolktere meest bewolkte

Bijvoeglijk naamwoord

bewolkt

  1. met wolken bedekt
    • Toen we het huis verlieten, kwam er ineens een bewolkte lucht boven ons. 
  2. (figuurlijk) een slechte stemming uitdrukkend
     Haar gezichtsuitdrukking veranderde van bewolkt naar onweer.[1]
Synoniemen
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Suzanne Vermeer op WikipediaAll-inclusive” op Wikipedia (2006), A. W. Bruna Uitgevers B. V. , Utrecht, ISBN 90-229-9182-2
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be