bewolkt

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·wolkt
Woordherkomst en -opbouw
  • ww [1], [2], [3]: bewolk met de uitgang -t
  • ww [4], bn: vervoeging van bewolken: de stam met de uitgang -t, zonder ge- vanwege voorvoegsel

Werkwoord

vervoeging van
bewolken

bewolkt

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bewolken
    • Jij bewolkt. 
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bewolken
    • Hij bewolkt. 
  3. (verouderd) gebiedende wijs meervoud van bewolken
    • Bewolkt! 
vervoeging van: bewolken…
verbogen vorm: bewolkte

bewolkt

  1. voltooid deelwoord van bewolken
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen bewolkt bewolkter meest bewolkt
verbogen bewolkte bewolktere meest bewolkte

Bijvoeglijk naamwoord

bewolkt

  1. met wolken bedekt
    • Toen we het huis verlieten, kwam er ineens een bewolkte lucht boven ons. 
     „Het was een bewolkte, zwoele namiddag; de matrozen hingen lui op het dek rond of staarden wezenloos over het loodkleurige water. Queequeg en ik waren rustig een zogenaamde zwaardmat aan het weven als extra sjorring voor onze sloep. Om ons heen was alles zo stil en gedempt en toch ook vervuld van wat ging komen en in de lucht hing zo’n mijmerachtige betovering dat die zwijgende mannen stuk voor stuk in hun eigen onzichtbare ik leken op te gaan.[1]
  2. (figuurlijk) een slechte stemming uitdrukkend
     Haar gezichtsuitdrukking veranderde van bewolkt naar onweer.[2]
Synoniemen
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 25 maart 2022 Weblink bron Rudy Ligtenberg “Ondragelijk wit” (16 april 2008), Reformatorisch Dagblad
  2. Suzanne Vermeer op WikipediaAll-inclusive” op Wikipedia (2006), A. W. Bruna Uitgevers B. V. , Utrecht, ISBN 90-229-9182-2
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be