beschermer

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·scher·mer
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord beschermer beschermers
verkleinwoord beschermertje beschermertjes

Zelfstandig naamwoord

beschermer m

  1. iets of iemand die iets of iemand anders probeert te behoeden voor nadeel
Synoniemen
Hyponiemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie