beschikking

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·schik·king
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord beschikking beschikkingen
verkleinwoord beschikkinkje beschikkinkjes

Zelfstandig naamwoord

beschikking v

  1. de macht om over iets te beschikken
    • Ik stel je dit vanaf nu ter beschikking. 
  2. (juridisch) een besluit dat iets wettelijk of juridisch regelt
    • Dit wordt gedaan bij ministeriële beschikking. 
Verwante begrippen
Hyponiemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen