beschikking

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·schik·king
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord beschikking beschikkingen
verkleinwoord beschikkinkje beschikkinkjes

Zelfstandig naamwoord

beschikking v

  1. de macht om over iets te beschikken
    • Ik stel je dit vanaf nu ter beschikking. 
     Op 23 april, Wereldboekendag, maakt de jury de winnaar bekend in Houtzaagmolen De Ster in Utrecht. Uitgevers en begunstigers van de Stichting Filter stellen het prijzengeld, waarvan de hoogte nog onbekend is, ter beschikking. Onder de eerdere winnaars zijn Robbert-Jan Henkes (Russisch), Martin de Haan (Frans) en Jos Vos (Japans).[1]
  2. (juridisch) een besluit dat iets wettelijk of juridisch regelt
    • Dit wordt gedaan bij ministeriële beschikking. 
Verwante begrippen
Hyponiemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink Weblink bron Emilia Menkveld “Vijf Nederlandse vertalers maken kans op Filterprijs 2020” (13 maart 2020), de Volkskrant
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be