Naar inhoud springen

beschikken

Uit WikiWoordenboek
  • be·schik·ken
  • In de betekenis van ‘regelen’ voor het eerst aangetroffen in 1265 [1]
  • afgeleid van schikken met het voorvoegsel be- [2]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
beschikken
beschikte
beschikt
zwak -t volledig

beschikken

  1. inergatief beslissen, regelen
    • Hij beschikte zijn eigen lot. 
  2. inergatief ~ over: in bezit hebben
     Daarom heeft de Nationale Vergadering besloten 'om de natuurlijke, onvervreemdbare en heilige rechten van de mens in een plechtige verklaring uiteen te zetten, opdat de gehele samenleving altijd over deze verklaring zal kunnen beschikken en zich haar rechten en plichten voortdurend zal herinneren.[3]
     Dit neemt niet weg dat veel van de auteurs wel beschikken over een grote belezenheid die blijkt uit vele historische, stilistische en literaire toespelingen op epos, lyriek, komedie, tragedie en (vooral) historiografie.[4]
    • Ik zou graag beschikken over meer geld. 
     Meneer Wang heeft nadrukkelijk verklaard dat het in zijn intenties ligt het hotel in zijn oude luister te herstellen, waarbij de financiële armslag waarover hij naar het zich laat aanzien beschikt zeer zeker van pas zal komen.[5]
     Het was een geschenk om over zulke ouders te beschikken, realiseerde zij zich op dat moment heel sterk.[6]
     ‘Blijkbaar bent u zó geïndoctrineerd dat u inmiddels over een selectief geheugen beschikt.[6]
100 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[7]