beschikken

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·schik·ken
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
beschikken
beschikte
beschikt
zwak -t volledig

Werkwoord

beschikken

  1. inergatief beslissen, regelen
    • Hij beschikte zijn eigen lot. 
  2. inergatief ~ over: in bezit hebben
    • Ik zou graag beschikken over meer geld. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl