begreep
Uiterlijk
- be·greep
| vervoeging van |
|---|
| begrijpen |
begreep
- enkelvoud verleden tijd van begrijpen
- Ik begreep.
- Jij begreep.
- Hij, zij, het begreep.
- Ik begreep.
- ▸ Als Irad al verrast was, dan was dat niet te merken - hij nam haar in zich op, knikte alsof hij alles ineens begreep en begaf zich richting de trap.[1]
- ▸ Je zou ook kunnen stellen dat ze, in het aangezicht van zo'n agressieve vorm van kanker, begreep dat ze in elk geval haar eigen einde wel in de hand had en er op die manier ook voor kon zorgen dat de map via haar advocaat in mijn bezit zou komen.[2]
- ▸ Woorden die ik eerst niet goed begreep.[3]
- Het woord begreep staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "begreep" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
| 97 % | van de Vlamingen.[4] |
- ↑ Safae el Khannoussi“Oroppa” (2024), Uitgeverij Pluim
, ISBN 9789493339125 - ↑ Jessie Burton vert. Marja Borg“De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff
, ISBN 9789024574704 - ↑ Marion Pauw e.a.“4 wandelaars en een Siciliaan” (2022), The House of Books, ISBN 9789044363340
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be