bedenken

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·den·ken
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van denken met het voorvoegsel be-
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
bedenken
bedacht
bedacht
zwak -cht volledig

Werkwoord

bedenken

  1. overgankelijk gedachten laten gaan over, denken over, overwegen
    • Zij zaten te bedenken wat ze nu weer eens konden gaan doen. 
  2. overgankelijk door nadenken vinden, verzinnen
    • Die ingenieurs bedachten voor ons een oplossing. 
  3. overgankelijk iets schenken aan
    • Ik zal je wel in mijn testament bedenken. 
  4. wederkerend zich ~: op een besluit terugkomen, van gedachten veranderen
    • Hij bedacht zich snel, omdat hij dat klusje niet uit wilde voeren. 
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.


Duits

Werkwoord

bedenken

  1. bedenken