uitdenken

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • uit·den·ken
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
uitdenken
dacht uit
uitgedacht
zwak -cht volledig

Werkwoord

uitdenken [1]

  1. (overgankelijk) bedenken, uitkienen, verzinnen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Verwijzingen
  1. Woordenboek der Nederlandse taal