beau-fils

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Frans

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
Woordafbreking
  • beau·fils
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  beau-fils     le beau-fils     beaux-fils     les beaux-fils  

Zelfstandig naamwoord

beau-fils m

  1. (familie) schoonzoon, de echtgenoot van de dochter (of zoon)
  2. (familie) stiefzoon, de zoon van de partner uit een eerdere relatie
Verwante begrippen

Verwijzingen

  1. Bronlink Weblink bron beau-fils in: Trésor de la langue française informatisé, Dictionnaire de la langue du XIXe et du XXe siècle (1789-1960) (1971-1994) op cnrtl.fr