fils

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Frans

Uitspraak
[B]  les fils    (hulp, bestand)
[B] /fil/
Woordafbreking
  • fils
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

[A] fils m

enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  fils     le fils     fils     les fils  
  1. (familie) zoon
    «En l’année 561, après une expédition contre l’un de ses fils, dont il punit la révolte en le faisant brûler avec sa femme et ses enfants, Chlother, dans un calme parfait d’esprit et de conscience, revint à sa maison de Braine.»[2]
    Nadat Chlotarius in 561 in een campagne één van zijn zonen voor de opstand bestraft had door diens vrouw en hun kinderen te verbranden, keerde hij doodgemoedereerd terug naar Braine.

[B] fils mv

enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  fil     le fil     fils     les fils  
  1. draden
Synoniemen
Hyperoniemen
Verwante begrippen

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 24 december 2020 Weblink bron fils in: TLFi, Le Trésor de la langue française informatisé (1971–1994) op cnrtl.fr
  2. Augustin Thierry 1er récit : Les quatre fils de Chlother Ier — Leur caractère — Leurs mariages — Histoire de Galeswinthe (561-568) in: Récits des temps mérovingiens (1833–1837.)