bassiere

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Pennsylvania-Duits

Uitspraak
Woordafbreking
  • bas·sie·re
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Franse werkwoord 'se passer' "gebeuren"
  • Pennsylvania-Duits werkwoord met het achtervoegsel -iere
vervoeging
tegenwoordige tijd, aantonende wijs, bedrijvende vorm
onbepaalde
wijs
bassiere
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
(iss) bassiert
enkelvoud meervoud
1e persoon ich bassier mir bassiere
2e persoon du bassierscht dihr / der
dihr / der
ihr / er
ihr / er
nihr / ner
bassiert
bassiere
bassiere
bassiert
bassiere
3e persoon er bassiert sie bassiere
sie bassiert
es bassiert

Werkwoord

bassiere

  1. onovergankelijk gebeuren
Opmerkingen