vaandel

Uit WikiWoordenboek

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vaan·del
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘vlag’ voor het eerst aangetroffen in 1567 [1] [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord vaandel vaandels
verkleinwoord vaandeltje vaandeltjes

Zelfstandig naamwoord

vaandel o

  1. (militair) een onderscheidende vlag bedoeld om de nationaliteit van een schip aan te duiden of een militaire eenheid te herkennen
    • In Stratego is het doel van het spel om het vaandel van de tegenstander te veroveren. 
     Hij moest op een dolk en een keizerlijk vaandel zweren niemand iets te vertellen over wat hij nu te horen zou krijgen.[3]
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
94 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen