arbeidsmarkt

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ar·beids·markt
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord arbeidsmarkt arbeidsmarkten
verkleinwoord arbeidsmarktje arbeidsmarktjes

Zelfstandig naamwoord

arbeidsmarkt v/m

  1. (economie) de interactie tussen vraag naar en aanbod van arbeid
    • Het opleidingsniveau van nieuwkomers op de arbeidsmarkt moet omhoog. 
    • De arbeidsmarkt trekt gelukkig weer aan. 
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie