arbeidsaanbod

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ar·beids·aan·bod
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord arbeidsaanbod
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

arbeidsaanbod o

  1. (economie) het totaal aan beschikbare arbeidskrachten op de arbeidsmarkt
    Het arbeidsaanbod was op het platteland erg groot.
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen