antidotum

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • an·ti·do·tum
Woordherkomst en -opbouw

Via het Latijnse antidotum en het Griekse ἀντίδοτον of ἀντίδοτος van het werkwoord ἀντιδίδωμι

enkelvoud meervoud
naamwoord antidotum antidota
verkleinwoord antidotumpje antidotumpjes

Zelfstandig naamwoord

antidotum o

  1. (medisch) een tegengif
    Bestaat hier een antidotum voor?
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie


Latijn

Zelfstandig naamwoord

antidotum

  1. (medisch) antidotum.