antibioticum

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • an·ti·bio·ti·cum
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord antibioticum antibiotica
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

antibioticum o

  1. (scheikunde) geneesmiddel tegen infectieziekten
  2. (medisch) bacteriedodende stof van natuurlijke (= niet-kunstmatige) oorsprong
    Penicilline is een belangrijk antibioticum.
Hyponiemen
Vertalingen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl