altaar

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • al·taar
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord altaar altaren
verkleinwoord altaartje altaartjes

Zelfstandig naamwoord

altaar o

  1. offertafel voor godsdienstige plechtigheden
    • De priester las de mis aan het altaar. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl