ager

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Latijn

enkelvoud meervoud
nominatief ager agrī
genitief agrī agrōrum
datief agrō agrīs
accusatief agrum agrōs
vocatief ager agrī
ablatief agrō agrīs

Zelfstandig naamwoord

ager m

  1. akker
  2. veld