afsluiter

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

fietsventiel met afsluiter
Uitspraak
Woordafbreking
  • af·slui·ter
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord afsluiter afsluiters
verkleinwoord afsluitertje afsluitertjes

Zelfstandig naamwoord

afsluiter m [2]

  1. (techniek) mechaniek om de doorstroming van een medium te regelen (gas, vaste stof, slurrie, of vloeistof), door het (deels) openen of sluiten van een of meer doorstroomopeningen
    • De volautomatische Skorpion kent een aantal vitale delen. De onderkast waar de greep en de kolf aan vastzitten, de bovenkast met de loop en de afsluiter van de kamer waar de kogel zit voordat deze wordt afgevuurd. En dan nog het magazijn waar de kogels inzitten. De onderkast is in Duitsland niet verboden en wordt vaak apart aangetroffen. De loop en afsluiter zijn wel overal in Europa verboden maar bijvoorbeeld in het voormalige Joegoslavië illegaal makkelijk verkrijgbaar. [3] 
  2. persoon die iets afsluit, laatste nummer van een cd of optreden
    • Concert van de Britse rockband Radiohead op het Berlijnse festival Lollapalooza in september 2016. Met nummers van het goed ontvangen album A Moon Shaped Pool, maar ook klassiekers als No Surprises, Creep en de meezinger Karma Police, waarmee ze het concert afsluiten. Radiohead staat als afsluiter geprogrammeerd op het driedaagse festival Best Kept Secret in 2017 in Hilvarenbeek. Ook zijn ze volgend jaar te bewonderen op Rock Werchter in België. De band verkocht meer dan 25 miljoen platen. [4] 
Synoniemen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen