abuso

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Spaans

Uitspraak
Woordafbreking
  • a·bu·so
enkelvoud meervoud
abuso abusos

Zelfstandig naamwoord

abuso m

  1. misbruik, oneigenlijk gebruik , mishandeling
  2. misbruik, overdadig gebruik
  3. exces, buitensporigheid
  4. overtreding, vergrijp
  5. wantoestand
Synoniemen
Verwijzingen
  enkelvoud meervoud
mannelijk abuso abusos
vrouwelijk abusa abusas

Bijvoeglijk naamwoord

abuso

  1. misbruikt, verkracht
Synoniemen

Werkwoord

vervoeging van
abusar

abuso

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van abusar