overtreding
Uiterlijk
- Geluid: overtreding (hulp, bestand)
- IPA: / ˌovərˈtredɪŋ / (4 lettergrepen)
- over·tre·ding
- Naamwoord van handeling van overtreden met het achtervoegsel -ing
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | overtreding | overtredingen |
| verkleinwoord | overtredinkje | overtredinkjes |
de overtreding v
- (juridisch) een relatief licht strafbaar feit (Nederlands recht)
- Hij kreeg een bekeuring voor zijn overtreding.
- (juridisch) een politiestraf uitgesproken door de Politierechtbank (Belgisch recht)
- (sport) het zich niet houden aan een spelregel
- Het woord overtreding staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "overtreding" herkend door:
| 100 % | van de Nederlanders; |
| 100 % | van de Vlamingen.[1] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 11
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 4 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Achtervoegsel -ing in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Juridisch in het Nederlands
- Sport in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 100 %
- Prevalentie Vlaanderen 100 %