misbruik

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mis·bruik
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord misbruik misbruiken
verkleinwoord misbruikje misbruikjes

Zelfstandig naamwoord

misbruik o

  1. verkeerd gebruik door overdaad (van drank, drugs, een toegewezen voorrecht, e.d.)
     zoo dat wy zwarigheit Godt voor het verhoeden dezer zwarigheit, die door misbruik des dranks veeltyts voorvalt[4]
  2. (juridisch) (seksuele) mishandeling en uitbuiting (van personen)
     Vijftien jaar na het misbruik laat hij zich opnemen in een afkickkliniek in Zuid-Afrika. In de ontwenningskliniek komt het seksueel misbruik aan het licht. Eind 2015 doet hij alsnog aangifte tegen zijn voormalige coach.[5]
  3. het laakbare gebruik van iets voor een doel waarvoor het niet bedoeld was (van naamgeving, macht e.d.)
     Het is geheel ongerijmd, dat sommige met een alhier voorgeven, dat wy dan ook den naem van Iesus Christus niet en behoorden te houden, maer in den Duytschen naem van Saligmaker ende Gesalfde te veranderen: want dit is de eygen naem, ende toenaem onses Heeren: ook most men dan op gelijken voet niet alleen geen Petrus, maer ook geen Pieter, maer a) Steen seggen: ende waer sullen wy dan ook eyndelijk met alle de Bibelsche namen, voornamelijk in den Ouden Testamente, blijven, die vast alle by sekere gelegenheyd van ampten, plaetzen, tijden, geschiedeniszen, ende andere omstandigheden sijn gegeven? Maer dit overgeslagen. Dit misbruyk gaet ook noch so verre, dat wy die eyge namen, die wy naer de Duytsche aant.wijse in de gevallen buygen, evenwel op de Latijnsche maniere gebruyken,[6]
    • Het is een doordachte zet in The Favourite, een kostelijke kostuumfilm over manipulatie, macht en misbruik. [7] 
  4. (verouderd) (juridisch) misdaad, misstap
     Deze volkeren volgden hier in zekerlyk de zeden der Lacedemoners, die gewoon waeren hunne dieven te pryzen en het stelen voor eene konst hielden, gelyk hier vooren gezeyd is. Zy waeren afgoden-dienaeren, en daerom is het min te verwonderen dat hunne staetkunde dit misbruyk begunstigde; maer dat dit rooven in zommige gewesten van hun land nog plaets gehad heeft lang naer dat zy tot het christen geloof bekeerd.[8]
     Dit Tucht-huys … om de misbruycken der boosaerdige menschen te tuchtigen,[9]
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
misbruiken

misbruik

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van misbruiken
    • Ik misbruik. 
  2. gebiedende wijs van misbruiken
    • Misbruik! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van misbruiken
    • Misbruik je? 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[10]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. misbruik op website: Etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  3. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  4. Bronlink Weblink bron Cornelis de Bruins “Reizen over Moskovie door Persie en Indie” (1714), R. en G. Wetstein, J. Oosterwyk, H. van de Gaete, Amsterdam, p. 355 a. op hathitrust.org
  5. Bronlink geraadpleegd op 25 oktober 2020 Weblink bron “Turncoach Gerrit Beltman: Ik mishandelde en vernederde jonge turnsters om medailles te winnen” (25 juli 2020) op trouw.nl
  6. Bronlink geraadpleegd op 25 oktober 2020 Weblink bron Samuel Ampzing Nederlandsch Tael-bericht. Aen Den Goedwilligen, ende verstandigen Lezer ende Lief-hebber van onze Nederduytsche Tale. in: F.L. Zwaan (ed.) Uit de geschiedenis der Nederlandsche spraakkunst. Grammatische stukken van De Hubert, Ampzing, Statenvertalers en reviseurs, en Hooft (1939), J.B. Wolters, Groningen, p. 141 op dbnl.org op Wikipedia
  7. de Volkskrant Floortje Smit 2 januari 2019 The Favourite is verschrikkelijk grappig en oneindig tragisch (vijf sterren)
  8. Bronlink Weblink bron Marcus van Vaernewyck XXXV Kapittel. Van het Ongeloof, de Zeden en Gewoonten der heydensche Duydsche of Germaenen. in: De historie van Belgis (1829), D.J. Vanderhaeghen, Gent, p. 423 op Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren op Wikipedia
  9. Bronlink geraadpleegd op 25 oktober 2020 Weblink bron Dirck van Bleyswijck Ez. “Beschryvinge der Stadt Delft. Voor-af met een korte Beschrijvinge van Delflandt” (1667), Arnold Bon, Delft, p. 540.
  10. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be