misbruikt

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mis·bruikt
Woordherkomst en -opbouw
  • vervoeging van misbruiken: de stam met de uitgang -t, zonder ge- vanwege voorvoegsel

Werkwoord

vervoeging van
misbruiken

misbruikt

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van misbruiken
    • Jij misbruikt. 
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van misbruiken
    • Hij misbruikt. 
  3. verouderde gebiedende wijs meervoud van misbruiken
    • Misbruikt! 
  4. voltooid deelwoord van misbruiken