aardvarken

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aard·var·ken
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Afrikaans, in de betekenis van ‘buistandig zoogdier’ voor het eerst aangetroffen in 1779 [1]
  • samenstelling van  aard zn  en  varken zn  [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord aardvarken aardvarkens
verkleinwoord aardvarkentje aardvarkentjes

Zelfstandig naamwoord

aardvarken o

  1. (zoogdieren) een zoogdier met een lange, kleverige tong dat vooral 's nachts actief is
    • Heeft u een afbeelding van een aardvarken voor mij? 
Vertalingen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders
97 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen