Naar inhoud springen

aanstichten

Uit WikiWoordenboek
  • aan·stich·ten
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
aanstichten
stichtte aan
aangesticht
zwak -t volledig

aanstichten

  1. overgankelijk veroorzaken
    • Hij wordt beschuldigd van het aanstichten van rellen. 
    • De verdachte heeft bekend de brand te hebben aangesticht. 
     Aanstichten tot werkweigering.[1]
96 %van de Nederlanders;
77 %van de Vlamingen.[2]
  1. “Ons soort mensen” (2016), Ambo/Anthos uitgevers op Wikipedia, ISBN 9789026334672
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be