aanstelling

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·stel·ling
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord aanstelling aanstellingen
verkleinwoord aanstellinkje aanstellinkjes

Zelfstandig naamwoord

aanstelling v

  1. benoeming in een functie, dienst etc.
    • Hij heeft een vaste aanstelling in gemeentedienst. 
    • Tegenwoordig zijn er alleen nog maar kleine aanstellinkjes. 
Afgeleide begrippen



Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.