aangrijpend

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak

(klemtoonhomogram)

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·grij·pend
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen aangrijpend aangrijpender aangrijpendst
verbogen aangrijpende aangrijpendere aangrijpendste
partitief aangrijpends aangrijpenders -

Bijvoeglijk naamwoord

aangríjpend

  1. aandoenlijk, ontroerend.
    Twee miljoen mensen kwamen Obama inhuldigen en niemand werd gearresteerd. Dit was iets erg aangrijpends.
Vertalingen
stellend
onverbogen aangrijpend
verbogen aangrijpende

Bijvoeglijk naamwoord

áángrijpend

  1. onvoltooid deelwoord van aangrijpen: de in dit punt aangrijpende vectoren.

Werkwoord

vervoeging van
aangrijpen

aangrijpend

  1. onvoltooid deelwoord van aangrijpen