aangrijpend

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak

(klemtoonhomogram)

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·grij·pend
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen aangrijpend aangrijpender aangrijpendst
verbogen aangrijpende aangrijpendere aangrijpendste
partitief aangrijpends aangrijpenders -

Bijvoeglijk naamwoord

aangríjpend

  1. aandoenlijk, ontroerend
    • Twee miljoen mensen kwamen Obama inhuldigen en niemand werd gearresteerd. Dit was iets erg aangrijpends. 
    • Zijn dikke hoofd is als het ware in de modder vastgezogen en zijn ledematen liggen alle kanten op. Vlak naast hem ziet Albert de ander liggen, Louis Thérieux. Ook hij zit voor een deel onder de modder, maar hij heeft zich opgerold en lijkt zo een beetje op een foetus. Het is aangrijpend dat hij zo jong en dan in die houding moest sterven... [1] 
Vertalingen
stellend
onverbogen aangrijpend
verbogen aangrijpende

Bijvoeglijk naamwoord

áángrijpend

  1. onvoltooid deelwoord van aangrijpen: de in dit punt aangrijpende vectoren.

Werkwoord

vervoeging van
aangrijpen

aangrijpend

  1. onvoltooid deelwoord van aangrijpen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Lemaitre, Pierre "Tot ziens daarboven" 2014 ISBN 9789401601931 pagina 19