Naar inhoud springen

aandoenlijk

Uit WikiWoordenboek
  • aan·doen·lijk
stellendvergrotendovertreffend
onverbogen aandoenlijkaandoenlijkeraandoenlijkst
verbogen aandoenlijkeaandoenlijkereaandoenlijkste
partitief aandoenlijksaandoenlijkers-

aandoenlijk

  1. ontroerend, vertederend
    • Het lachende kind was een aandoenlijk gezicht. 
     We zijn helemaal niet zulke dogmatische, egocentrische wezens, maar vaak eerder aandoenlijk onzeker over onze eigen ingevingen.[2]
     Des te aandoenlijker was het verband dat haar voorhoofd en wenkbrauwen bedekte.[3]
  2. aangrijpend, licht vatbaar voor aandoeningen en indrukken
99 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[4]
  1. aandoenlijk op website: Etymologiebank.nl
  2. “Hoe overleef ik de moderne wereld” (2022), Atlas Contact op Wikipedia, ISBN 9789045045979
  3. “Ons soort mensen” (2016), Ambo/Anthos uitgevers op Wikipedia, ISBN 9789026334672
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be