Deense
Uiterlijk
- Geluid: Deense (hulp, bestand)
- IPA: / ˈdensə / (2 lettergrepen)
- (Noord-Nederland): /ˈdensə/, /ˈdeɪ̯nsə/
- (Vlaanderen, Brabant, Limburg): /ˈdeːnsə/
- Deen·se
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | Deense | Deensen |
| verkleinwoord | - | - |
de Deense v
- (demoniem) een vrouw uit Denemarken
| Demoniemen bij Denemarken in het Nederlands | |||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Deense
- verbogen vorm van de stellende trap van Deens
- ▸ Michael was goed in zaken en verdiende veel geld in tijden dat het met de Deense economie slecht ging.[1]
- ▸ Denemarken ook nauwelijks, in de pers hadden ze het uitgebreid gehad over de gemoedelijke verhouding tussen de Deense bevolking en de Duitse gasten. De koning en de regering van Denemarken zaten nog op hun plaats en de samenwerking leek uitstekend te functioneren binnen de Germaanse verbroedering.[2]
- Het woord Deense staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ Daan Bronkhorst“Kierkegaard” (2020), Athenaeum - Polak & Van Gennep
, ISBN 9789025313562 - ↑ Jan Guillou (vert. Bart Kraamer)“Kop in het zand” (2015), Uitgeverij Prometheus
, ISBN 9789044628142
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 6
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 2 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Achtervoegsel -se in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Demoniem in het Nederlands
- Bijvoeglijknaamwoordsvorm in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal