base

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ba·se
enkelvoud meervoud
naamwoord base basen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

base v

  1. (scheikunde) een stof die een of meer hydroxylgroepen bevat en in een waterige oplossing OH-ionen afsplitst: arrheniusbase
  2. (scheikunde) een ion of molecuul dat de neiging heeft een proton op te nemen: brønstedbase
  3. (scheikunde) een ion of molecuul dat een elektronenpaar kan doneren aan een ander molecuul: lewisbase
Vertalingen

Meer informatie


Engels

Uitspraak
enkelvoud meervoud
base bases

Zelfstandig naamwoord

base

  1. base
vervoeging
onbepaalde wijs to base
he/she/it bases
verleden tijd based
voltooid
deelwoord
based
onvoltooid
deelwoord
basing
gebiedende wijs base

Werkwoord

base

  1. baseren


Frans

Uitspraak
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  base     la base     bases     les bases  

Zelfstandig naamwoord

base v

  1. draagvlak
  2. base


Spaans

enkelvoud meervoud
base bases

Zelfstandig naamwoord

base v

  1. (scheikunde) base
  2. basis

Werkwoord

vervoeging van
basar

base

  1. aanvoegende wijs eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van basar
  2. aanvoegende wijs derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van basar
  3. gebiedende wijs (bevestigend en ontkennend) derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van basar