loog

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • loog
Woordherkomst en -opbouw

(erfwoord)

Andere Germaanse talen

Andere Indo-Europese talen

enkelvoud meervoud
naamwoord loog logen
verkleinwoord loogje loogjes

Zelfstandig naamwoord

loog o

  1. (scheikunde) een alkalische substantie
    Zuren en logen zijn elkaars tegenvoeters.
Anagrammen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Werkwoord

vervoeging van
logen

loog

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van logen
    Ik loog.
  2. gebiedende wijs van logen
    Loog!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van logen
    Loog je?

Werkwoord

vervoeging van
liegen

loog

  1. enkelvoud verleden tijd van liegen
    Ik loog.
    Jij loog.
    Hij, zij, het loog.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen