zet
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- zet
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | zet | zetten |
| verkleinwoord | zetje | zetjes |
Zelfstandig naamwoord
zet m
- een beweging waarbij iets verplaatst wordt
- Ik hem hem een zet gegeven.
- een handeling gedurende een spelbeurt
- Bij schaken heeft wit de eerste zet.
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| zetten |
zet