stoot
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- stoot
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | stoot | stoten |
| verkleinwoord | stootje | stootjes |
Zelfstandig naamwoord
stoot m
- een kracht van korte duur die tegen iets of iemand aan wordt uitgeoefend
- Hij gaf hem een flinke stoot.
Anagrammen
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| stoten |
stoot