move

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Woordafbreking
  • move

Werkwoord

vervoeging van
moven

move

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van moven
    Ik move.
  2. gebiedende wijs van moven
    Move!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van moven
    Move je?
  4. aanvoegende wijs van moven



Engels

Uitspraak
enkelvoud meervoud
move moves

Zelfstandig naamwoord

move

  1. beweging, zet.
  2. verhuizing
vervoeging
onbepaalde wijs to move
he/she/it moves
verleden tijd moved
voltooid
deelwoord
moved
onvoltooid
deelwoord
moving
gebiedende wijs move

Werkwoord

move

  1. bewegen
  2. verplaatsen
  3. verhuizen
Persoonlijke instellingen