wolf
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- wolf
Woordherkomst en -opbouw
- Komt van het Proto-Indo-Europese woord vraka of varka, wat in het Proto-Europees valka, ulka of valpa werd. In het Oud-Grieks was het lukos, in het Latijn was het Lupus en in het Oud-Germaans was het wolfe.
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | wolf | wolven |
| verkleinwoord | wolfje | wolfjes |
Zelfstandig naamwoord
wolf m
- Canis lupus, een roofdier uit de familie van de hondachtigen.
- In dat gebied kun je vaak wolven zien lopen.
Uitdrukkingen en gezegden
Een wolf in schaapskleren.
- Een persoon die er niet gevaarlijk uitziet, maar het wel is.
Vertalingen
1. Canis lupus, een roofdier uit de familie van de hondachtigen
|
|
Afgeleide begrippen
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Afrikaans
Uitspraak
- IPA: /voɫf/
| enkelvoud | meervoud |
|---|---|
| wolf | wolwe |
Zelfstandig naamwoord
wolf
Engels
Uitspraak
- IPA: /ˈwʊlf/
| enkelvoud | meervoud |
|---|---|
| wolf | wolves |
Zelfstandig naamwoord
wolf