watergang
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Woordafbreking
- wa·ter·gang
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | watergang | watergangen |
| verkleinwoord | watergangetje | watergangetjes |
Zelfstandig naamwoord
watergang m
- natuurlijk of kunstmatig kanaal waarlangs water vervoerd kan worden
- Rivieren en beken zijn natuurlijke watergangen, en kanalen, tochten, weteringen, vaarten, grachten, waterleidingen, openleidingen, gangen, wijken, prielen, geulen, waterlopen, monden, sloten of greppels kunstmatige.
- (scheepvaart) één van de twee holle zijwanden van een drijvend droogdok waarin water kan worden in- of uitgepompt
- Met de hefkraan op de watergang liet men de nieuwe motor in het scheepje zakken.
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.