watergang

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Watergang van een drijvend droogdok

Inhoud

Nederlands

Woordafbreking
  • wa·ter·gang
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord watergang watergangen
verkleinwoord watergangetje watergangetjes

Zelfstandig naamwoord

watergang m

  1. natuurlijk of kunstmatig kanaal waarlangs water vervoerd kan worden
    Rivieren en beken zijn natuurlijke watergangen, en kanalen, tochten, weteringen, vaarten, grachten, waterleidingen, openleidingen, gangen, wijken, prielen, geulen, waterlopen, monden, sloten of greppels kunstmatige.
  2. (scheepvaart) één van de twee holle zijwanden van een drijvend droogdok waarin water kan worden in- of uitgepompt
    Met de hefkraan op de watergang liet men de nieuwe motor in het scheepje zakken.


Meer informatie

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen