weten
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- we·ten
Woordherkomst en -opbouw
- Het werkwoord is van oorsprong zwak: wist komt van *weetde. Het deelwoord is sterk geworden, maar niet in bijvoorbeeld het woord bewust.
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| weten |
wist |
geweten |
| onregelmatig | volledig | |
Werkwoord
weten
- ergens kennis van hebben.
- Hoe kun je dat nou weten als die stof nog nooit behandeld is?
- meervoud tegenwoordige tijd van weten.
- Wij weten erg veel.
- toekomende tijd enkelvoud en meervoud van weten.
- Jullie zullen het gaan weten...
Vertalingen
1. ergens kennis van hebben